Onrechtmatige hinder. Is er sprake van onrechtmatige hinder door het plaatsen van de uitbouw?
Voor Rechtspraak Vastgoedrecht schreven wij een wenk bij Rb. Noord-Holland 11-12-2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:14328
Gemeentelijke vergunning neemt civielrechtelijke onrechtmatigheid niet weg
De gemeente had een vergunning verleend voor de realisatie van de nieuwe uitbouw en, later, voor de door de gemeente geconstateerde hoogte overschrijding ter grootte van 13 cm. Het bezwaar van verzoeker tegen laatstgenoemde vergunning is afgewezen. Dit stond er echter niet aan in de weg dat de kantonrechter de uitbouw als civielrechtelijk onrechtmatig beoordeelde. Zie in dezelfde lijn het onder ‘Zie ook’ opgenomen arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 11 december 2024. In die zaak was sprake van een vergunning voor een opbouw. Geïntimeerden hadden geen bezwaar gemaakt tegen de verlening van deze vergunning. Appellant mocht er echter niet op vertrouwen dat deze vergunning een actie op grond van onrechtmatige daad wegens ernstige hinder zou blokkeren (r.o. 4.13). Een verschil met de onderhavige zaak is dat in dit geval wel bezwaar is gemaakt tegen de publiekrechtelijke vergunning - en dat dit bezwaar is afgewezen. Dit is echter op grond van het onder ‘Zie anders’ opgenomen standaardarrest Vermeulen/Lekkerkerker niet relevant: publiekrechtelijke toestemming vrijwaart een partij niet voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. Dit is niet anders indien bezwaar gemaakt is tegen de verlening van de vergunning, maar dit bezwaar is verworpen.
Praktijk
Voor de praktijk is van belang dat men duidelijk afspreekt waar de toestemming voor een bouwactiviteit op ziet en welke bouwactiviteit men wil verrichten. Het kan raadzaam zijn de toestemming schriftelijk vast te leggen. Men moet zich er ook bewust van zijn dat het feit dat een publiekrechtelijke vergunning is verleend voor een bouwactiviteit, niet maakt dat het verrichten van die bouwactiviteit niet civielrechtelijk onrechtmatig kan blijken. Het is van belang bij bouwactiviteiten de belangen van omwonenden mee te wegen, wil men voorkomen dat onverwachts civielrechtelijke bezwaren blijken te bestaan tegen de bouwplannen.


